Aktuelles

De nieuwe wet op het deskundigenonderzoek

De nieuwe wet op het deskundigenonderzoek

In het Belgisch Staatsblad van 22 augustus 2007 verscheen de Wet van 15 mei 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van het artikel 509quater van het Strafwetboek.

Met deze nieuwe wet betrachtte de wetgever in globo 3 pijnpunten van het oude deskundigenonderzoek aan te pakken:

 

1. De subsidiariteit

De wetgever was van mening dat er te vaak een beroep werd gedaan op een deskundige door de Belgische rechter, wat over het algemeen een tijd- en kostenrovende procedure is.

De wetgever heeft het echter voldoende geacht zich te beperken tot het invoegen van het nieuwe artikel 875bis Ger.W. (Gerechtelijk Wetboek) dat stelt dat de rechter de keuze van de onderzoeksmaatregel beperkt tot wat volstaat om het geschil op te lossen, waarbij de meest eenvoudige, snelle en goedkope maatregel de voorkeur geniet.

 

2. De actieve rechter

De wetgever heeft het wenselijk geacht dat de rechter een grotere greep krijgt op het deskundigenonderzoek, en op die manier vooral het tijdsverloop kan bepalen.

De grootste veranderingen in dit opzicht met het oude deskundigenonderzoek, situeren zich op het gebied van de installatievergadering en de nieuwe verplichting tot het neerleggen van tussentijdse verslagen.

Voortaan vindt de installatievergadering in principe plaats in de raadkamer van de rechter, waarbij alle partijen aanwezig zijn. De fysieke aanwezigheid van de deskundige is niet vereist, doch de Wet heeft uitdrukkelijk de mogelijkheid voorzien van het gebruik van moderne telecommunicatiemiddelen. De rechter zal na deze bijeenkomst reeds een raming van de kosten opmaken, de verdeling van de kosten stipuleren en het bedrag van het voorschot bepalen. Partijen kunnen echter in onderling overleg afzien van deze installatievergadering.

Veruit de belangrijkste vernieuwing van de Wet is de verplichting voor de deskundige om tussentijdse verslagen in te dienen, indien de termijn voor het indienen van het eindverslag op meer dan zes maanden bepaald is door de rechter. Deze tussentijdse verslagen dienen steeds een actuele stand van zaken te verschaffen omtrent de werkzaamheden van de deskundige.

 

3. Kosten en consignatie

In het oude deskundigenonderzoek bestond de gewoonte - tegen de wettelijke bepalingen in - dat de meest gerede partij rechtstreeks in handen van de deskundige diende te betalen, wat vaak aanleiding gaf tot discussie over wie de meest gerede partij was.

De nieuwe Wet heeft de consignatie echter nieuw leven ingeblazen en voorziet nu strafrechtelijke aansprakelijkheid van de deskundige en advocaten bij een rechtstreekse betaling. De deskundige dient voortaan ter installatievergadering een raming op te maken, op basis waarvan de rechter het te consigneren deel en het vrij te geven voorschot bepaalt. Tevens bepaalt de rechter voortaan welke partij welk deel moet consigneren.

Ga terug